Select Page

Marnix moe maar voldaan na een heftige dag brouwen ;-)

Deze zaterdag was ik uitgenodigd bij Peter, Sigrid en Marnix. Peter had Tommy van de Verhuisbrouwerij laten komen om eens aan den lijve het brouwen van bier te ondervinden. En niet zomaar een bier, neen het Marnixbier, gebrouwen onder het toezicht van de jongste bierbrouwer ooit, Marnix hemzelve (alhoewel ik toch dien te vermelden dat hij een aantal fasen van het brouwproces vanuit dromenland heeft gecoördineerd).

Mijn wijd en zijd gekend timemanagement zorgde er voor dat ik eerder aan de late kant arriveerde. Ik mocht nog net het toevoegen van de gisten meemaken. Maar ik heb weer een hoop (of moet het hop zijn?) opgestoken.

  1. Er bestaan stevig wat hoprassen met elk hun typiciteit. Ik heb mijn snufferd mogen steken in een tweetal hoprassen en wat me opviel was de totaal verschillende geur. Het éne deed me denken aan de geur van grappa (ja, het Italiaans distillaat bij uitstek), tewijl het andere ras enorm kruidig rook.
  2. Bij Belgische bieren mag je ook aromaten (in hun natuurlijke vorm) toevoegen. Zo heb ik mogen ruiken aan gedroogde sinaasappelschil en koriander (de laatste een typisch toevoegsel bij witbieren, koriander zorgt voor de verfrissende citrustoets). Kunst is deze “kruiden” op een dergelijke manier toe te voegen dat ze nooit overheersen maar voor ondersteuning zorgen.

Ik ben in ieder geval benieuwd naar het eindresultaat: het Marnixbier, nog een koppel maanden wachten (het lijkt precies op een tweede bevalling 😉 ).