Select Page

Een letterlijke vertaling

Sous-bois. Als je dit letterlijk vertaalt,  kom je uit bij “onderhout”. 

Huh? Onderwatte… ?

Onderhout. Met een T.  

De minder letterlijke vertaling dan, “kreupelhout”

Hallo? Een wijn die naar kreupelhout geurt? 

Komaan, nu sla je toch volledig door.

Wacht, een beetje geduld…kom met me mee, terug in de tijd, en ik laat het je ruiken. 

Verstoppertje

We zijn er. De Lorkenlaan in Kapellen. 1985. Herfstvakantie. We lopen (zo deden wij dat, alles in looptempo) naar het einde van de Lorkenlaan, voorbij de parking richting prikkeldraad. 

De prikkeldraad die geplaatst is rond een privé bos, door ons “het Spookbos” gedoopt. Maak je geen zorgen, we hebben een groot gat gemaakt in de omheining en je kan er gemakkelijk door. Zie je wel. 

En neen, het spookt daar niet echt, toch  zeker niet overdags en zo lang je maar ver weg blijft van “het Spookhuis”.

Zie je ons? Daar, ja, daar.

We spelen verstoppertje met een hoop vrienden en vriendinnetjes uit de omringende straten. Snel, volg me naar mijn favoriete verstopplaats.  Ik passeer langs de grote spar en kruip onder de rododendron. Het heeft gisteren geregend en het bladerdek op de grond is nog wat nat. Op een vermolmde boomstronk bedekt met pluizig korstmos groeien er een hoop vaalbruine paddestoelen. Daarachter leg ik me neer en wacht stilletjes. Mijn neus raakt haast de bosgrond. De lucht geurt naar natte bladeren, aarde, paddestoelen, het mos. Een paar twijgen van de rododendron zijn gebroken door mijn geschuifel. Ze ruiken groen en houterig, een geur die verrassend afsteekt tegen de donkere, natte geuren van de dode bladeren en de aarde.

Ruik je het ook? Ja, toch? Die combinatie van geuren…wel, dat is sous-bois.

Forest floor

Sous-bois dus, in het Engels gebruiken ze de term “forest floor”, een notie die zo veel meer zegt: bosgrond. Bosgrond dat paradeert met een  bouquet van dode bladeren, natte aarde, dat vleugje truffel, een stevige dosis champignons, kruidige geuren van gebroken dennennaalden en twijgen en een veeg humus (de bodem, niet het spul dat je op toastje smeert).

Ik vergelijk die geur nog het liefst met een stevige herfstwandeling door bosrijk gebied (of een spelletje verstoppertje in het Spookbos). Je beste wandelschoenen aan en dan maar die bladeren en die aarde laten opspringen bij iedere stevige stap. De combinatie van geuren die dan je neus prikkelen vatten de Fransen samen in één mooi, temperamentvol en gracieus woord:  sous-bois.

Welke wijnen

Ik verwed er een fles wijn om dat je nu eens graag die geur in een glas wijn wilt ervaren.

Daarvoor  hebben we één van de mooiste, meest temperamentvolle en gracieuze druivenrassen nodig: Pinot Noir. Ga op zoek naar de betere, en liefst wat verouderde versies, van deze druif. Voorbeelden genoeg te vinden in de geboorteplek  van de Pinot Noir: Bourgogne. Ook Pinot Noirs uit Nieuw-Zeeland, Chili, Oregon, Californië of zelfs Argentinië hullen zich vaak in een vleugje sous-bois.

Ben je helemaal gebeten door deze geur, trek dan richting Piemonte en steek je snufferd in een glas Barolo of Barbaresco of wandel nog een eind verder (met je beste wandelschoenen en door bosgrond) en ontdek de wijnen van Toscane op basis van de Sangiovese-druif. Je neus gaat je dankbaar zijn! 

Opdracht

Pak op het volgend familiefeest een fles Pinot Noir mee en neem je oom – die pseudo-wijnkenner – ter zijde en proef samen de wijn. Met volle overtuiging zeg je: “Amai, wat heeft die wijn een heerlijk verrassende geur van sous-bois.”

Kijk dan in de ogen van je oom en ik ben er zeker van dat je een mengeling van ontzag en jaloersheid in zijn blik ziet (en dat hij snel – nog eens – gaat snuffelen aan dat glas).

Snel gebotteld

Sous-bois vertaal je best als bosgrond. De combinatie van geuren als je een herfstwandeling maakt in een bos. Die overheerlijke aroma’s vind je vooral terug in wijnen op basis van de druif Pinot Noir.