Een zomerse bui en een vleugje petrichor

Een zomerse bui en een vleugje petrichor

Elk nadeel heb zijn voordeel.” Een uitspraak van Johan Cruijff die geëtst staat in mijn geheugen(*).

Dat brengt me bij onze Belgische zomers. Zo wispelturig, wisselvallig en weifelend. Maar wat een voordeel is me dat. Deze zomer rook ik het al verschillende keren. Een paar zwoelwarme dagen en hupsakee dat verfrissend buitje. De geuren die dan vrijkomen, verrukkelijk. Op zo’n moment sta ik altijd een beetje te dansen in de regen -toch op zijn minst onder een afdakje met mijn neus in de regen en snuiven maar-.

De regen die valt op de warme grond, dat is een geur die me zo terug katapulteert naar mijn jeugd, de zomers bij mijn moemoe en vava in Kapellen. Ze woonden in de Lorkenlaan, een laan met van die betonnenblokken met pek tussen de verschillende blokken om het uitzetten en krimpen op te vangen. Op het einde van die weg was er een (spook)bos. Een privaatbos waar je eigenlijk niet in mocht, maar we waren kinderen en die mogen net iets meer. Ik herinner me nog zo die geur van een zomerse bui daar. Eerst de intense geur van nat beton doorweeft met lichte pekgeuren. Naarmate je verder ging, richting het bos, veranderde die geur in meer grassige, groene aroma’s met een vleugje droge aarde. Haaaaa, wat vond ik dat heerlijk om ruiken.

Onlangs ontmoette ik het woord dat deze geur omschrijft: Petrichor.

Pe-tri-chor.

Een woord met een Griekse stam, petra betekent steen en ichor is het bloed van de goden. Woorden met zo’n geladen betekenis, dat is smullen voor mij. Wees maar zeker dat ik bij de eerstvolgende wijnen stug op zoek ga naar dat zweempje, dat vleugje, dat streepje petrichor.

We schrijven 1964, het jaar waarin de eerste Ford Mustang van de band rolt en het jaar waarin de Australiër Isabel Joy Bear en de Brit Roderick G. Thomas het woord petrichor uit hun mouw schudden. In het magazine Nature schrijven ze een artikel onder de naam “Nature of Agricalleceous Odor”. Hierin gaan ze op zoek naar de verklaring voor de uitgesproken geur van een regenbui op een warme dag.

Bij hun studie ontdekten ze dat de geur afkomstig is van een blend van olieën die bepaalde planten afscheiden tijdens droge periodes. Deze olieën vermengen zich met chemicaliën afgescheiden door bepaalde bacteriën (**). Het derde element is een fikse regenbui en, kaboem, die mix van chemicaliën en oliën maken zich los uit de grond en geven een heel specifieke geur af.

 

4039029062_b7dc7797c2_z

Foto: Rachel Kramer

 

Vanaf nu, als je de geur hebt van steen of aarde na een zomerbuitje in je wijn, dan omschrijf je dit gewoon als petrichor, makkelijk zat. Onlangs walste ik deze geur uit een glas rode wijn van Piemonte, Cascina Ballarin Langhe Rosse, een blend van nebbiolo, barbera en cabernet sauvignon en een golvende geur van petrichor.

Geef mij nog maar een lange periode droogte en dan een fiks zomerbuitje of twee.

(*) Men spreekt zelfs over het Cruijffiaans. Een Wikipediaartikel is gewijd aan zijn uitspraken. Zie: Wikipedia Cruijffiaans

(**) Geosmine is zo een van die voorkomende chemicalieën. De actinocymetes bacteriën is dan weer het beestje dat die substantie afscheidt. Dit is een bacterie die in de grond vertoeft en vooral te vinden is in eerder vochtige, bosrijke omgevingen. Of hoe wijn ook bacterieën interessant maakt (en ons weer heel wat bijleert).

Bart
Have a Nice Wine (with some petrichor) Today!
Geschreven op 31 juli 2016 – gepost op maandag 31 oktober 2016 (een dag die veel zomerse dagen het nakijken deed: 17ºC en heerlijk buiten met de zon in het gezicht de tekst afgewerkt)

(Visited 30 times, 4 visits today)

Leave a Reply