Select Page

Facebook. Sociale media. Veel ruis is me dat, maar zo af en toe en helemaal uit het niets verschijnt er een golvende vraag. Een vraag die op je gedachten inbeukt, keer op keer, en vraag die je onder de douche bezighoudt (trouwens mijn favoriete plaats om me te laten overvallen door vragen).

De vraag die mijn gedachten schuurde:

“Kan België binnenkort een top schuimwijn met constante kwaliteit produceren, en binnen laat ons zeggen 30 jaar “de!” referentie worden?”

Vraagsteller van dienst: Jelle De Roeck, architect maar in mijn ogen eerst en vooral wijnblogger, wijntweeple en wijnliefhebber die zich met een ongeziene ijver smijt op en in (en soms ook onder) de wijnwereld. Zijn architecturale visie op wijn zorgt voor heerlijke wijnbeschrijvingen (ga maar eens in zijn geburen zitten tijdens een #winetwunch en u begrijpt wat ik bedoel) en voor infographics die planmatig stevig gefundeerd zijn. Snoep maar eens van deze: Bordeaux.

Volgens mij laten we best alle hoop (oggot, toch de meeste hoop) varen en focussen we ons beter op ons bier, een sector waarin we groot zijn en waarin de laatste jaren enorm veel beweegt. Wij Belgjes worden nooit of te nimmer de referentie inzake schuimwijn.

Waarom niet?

Ik vuur hier een paar kogelpunten af, onafgewerkte gedachten die me bezighouden, nachtelijke mijmeringen als basis voor verdere discussies:

  • Dé referentie is Champagne, punt aan de lijn!
  • Kennis: we staan lichtjaren achter op andere schuimwijnregio’s. Natuurlijk verloopt de uitwisseling van kennis een eind vlotter dan pakweg 50 jaar geleden. Maar toch. Ik moet altijd denken aan de wijze woorden van Franco Massolino (ja, een #nebbiolohead) die me vertelde dat hij pas na 10 jaar de perfecte Chardonnay had gemaakt. 10 jaar van experimenteren…
  • Bodem: het geheim van Champagne, de kalkbodem, een arme, perfect gedraineerde bodem. Waar vinden we dat hier in België? Mijn collegawaterman, Filip Verheyden, haalde als voornaamste reden aan de te vruchtbare bodem. En daar volg ik hem volledig. Kersen, appelen, peren, ja allemaal heerlijk uit ons Belgenlandje. Trouwens een (wijn)boerenwijsheid die ik dikwijls hoorde, is dat “er geen wijngaard kan zijn waar er een boomgaard is”.
  • Klimaat: We blijven een veel te noordelijk klimaat. Veel te wisselvallig om die constante kwaliteit te leveren. Denk maar aan deze zomer. Gisteren nog temperaturen van amper 13,5 graden en juli was een maand met ongelooflijk veel onweersdagen. En dan constante kwaliteit brengen…? Beats me.
  • Klimaatsverandering: veel is er te doen rond “climatic change” en dit is inderdaad een gegeven. Dan hoor ik dat door de klimaatsverandering de wijngaarden gaan opschuiven, dat het hier een eind warmer gaat worden, dat België wel eens de wijnstreek voor witte wijnen, en ja, schuimwijnen kan worden. Komaan, dat is hetzelfde als beweren dat Nederland dé bierregio in de wereld zou worden… Die hele klimaatsverandering behelst heel wat meer dan een stijging van temperaturen. Het zou ook zorgen voor veel wisselvalliger weer, veel stevigere onweren (denk maar aan deze julimaand en ook in augustus kregen we er van langs), hagelbuien op momenten dat we het het minst verwachten. En hier knelt het schoentje. Noem me in de laatste tien jaar eens 3 perfecte wijnzomers op? Het is zondermeer gemakkelijker de drie belangrijkste woorden in het Swahili op te noemen.
  • Terroir: het “duistere” woord terroir, de interactie tussen klimaat, bodem, topografie en wijngaard. Ook hier kijken we op tegen een hopeloze achterstand. Denk maar aan Champagne met zijn eeuwenoud systeem van échelle des crus en zijn explosie aan lieux-dits.
  • Wijngaarden: de cijfers van 2010 van de FOD Economie spreken over een totaal van 119 ha wijngaarden. Een kleine vergelijking: Château Lafite Rothschild – 108 ha; Château Mouton Rotschild – 84 ha ; Château Margaux – 262 ha. Kortom al onze wijngaarden tesamen is losjesweg te vergelijken met één, ja één, domein in Bordeaux Rive Gauche. Ach wijn, het blijft een randgegeven in ons landje en dat maakt “qauntum leap” sprongen des te moeilijker…

En toch zijn er van die twijfelmomenten. Ik proefde Belgische schuimwijnen, met Schorpion op kop, die me van mijn sokken bliezen. De Schorpion Zwart aanzag ik een keer in een blindproeverij losjesweg als Champagne. En Schorpion Fibonnacci vind ik lipsmakkend heerlijk.

Kortom nog veel te leren, nog enorm veel te terroirreren en uitermate veel te klimatiseren. En dan ga ik me nu een Duvel Triple Hop openen en een heildronk uitbrengen op de Begische schuimwijn. Schol!

Foto: ithinkx